3

Fragment:
De bundel is verdeeld in drie delen. Deel twee (“Dronken jol / een requiem van stills”) en deel drie (“Maar geen kunstje gaat zo ver / stills”) bevatten verknipte poëzieregels uit respectievelijk een Franse en Amerikaanse bloemlezing. Ze zijn gemixt en gesamplet: Lampe combineert regels die oorspronkelijk niet bij elkaar horen. Dat resulteert in het tweede deel van de bundel in een reeks fantastische gedichten. Ik kon niet geloven dat deze gedichten op zo’n afstandelijke wijze gecreëerd zijn, omdat ze juist zo persoonlijk en menselijk overkomen. Kijk naar het gedicht hieronder:

Het was niet langer een kracht van het universum, maar
het werk van die twee buitengewone artiesten! En waarlijk,
Het is in hen.
In naam van de rede die ons nog enige tijd zal verlichten,
een andere oorsprong aan te nemen

Elk van de vijf zinnen hoort oorspronkelijk in een andere context, maar wat hier in deze strofe gebeurt, is grandioos. Er wordt een pseudo-metafysische lading gegeven aan die twee artiesten, er wordt nog voor heel even waarde gehecht aan de rede, een kracht komt van binnen. En bedenk zo nog meer connotaties. Het gedeelte “Dronken jol” behoort tot het beste wat ik dit jaar tot nu toe gelezen heb. Het derde deel komt minder sterk over, omdat het een prozaïsche vorm heeft: het is één gedicht over meerdere pagina’s verspreid, terwijl de eerste twee delen uit korte gedichten bestaan.

Rouw met diertjes mag dan wel overduidelijk over dood en rouw gaan, dat blijkt niet altijd. Er is een hoge mate van vitaliteit te bespeuren in deze gedichten. Daarom werd ik er zo opgewekt van, het liet me een andere kant zien, zo’n zonbeschenen kant. Dat combineert Lampe met postmoderne elementen: ambiguïteit, loslaten van conventionele grammatica, verrassende combinaties van woord(groep)en etcetera. Het is hele abstracte poëzie, maar sommige herkenningspunten (zoals 11 september en technische elementen zoals data en pixels) zorgen ervoor dat het toch heel aards en – bovenal – hedendaags is.

Rouw met diertjes